Nationale Voorleesdagen: filosoferen met prentenboeken

Het gespreksmateriaal voor het filosoferen met prentenboeken is bedoeld voor kinderen in de groepen 1 tot en met 4. Voorleesverhalen en prentenboeken vormen een startpunt, een gezamenlijk ervaringsmoment, voor het gesprek. Vervolgens onderzoeken de kinderen hun eigen ideeën en ervaringen bij het thema van het boek, aan de hand van de filosofische gespreksvragen.

Filosoferen met jonge kinderen, kan dat wel?

De aard, mogelijkheden en opbrengst van een filosofisch gesprek zijn afhankelijk van de leeftijds- en ontwikkelingsfasen waarin de leerlingen zich bevinden. Immers, aspecten als taalvaardigheid, de ontwikkeling van het abstract denken en van moraliteit en rechtvaardigheidsgevoel zijn van belangrijke invloed op het gesprek. Het is belangrijk om daar in je opzet, onderwerpskeuze en verwachtingen op aan te sluiten.

 

Er is bij scholen de laatste jaren steeds meer belangstelling voor het filosoferen met kleuters. Dat is opvallend te noemen, omdat de vaardigheden die horen bij het filosoferen bij jonge kinderen over het algemeen nog beperkt zijn. De taalontwikkeling en sociale vaardigheden zijn nog volop in ontwikkeling en het abstract denken, onmisbaar in het daadwerkelijk filosoferen, is vaak pas aanwezig rond het achtste jaar. Doorgaans verandert het denken van kinderen sterk na de kleutertijd – er vindt een ontwikkeling plaats van associatief denken naar het herkennen van denkbeelden en er is een begin van moreel bewustzijn. Rond het achtste levensjaar zijn de meeste kinderen in staat om in abstracties te denken en dieper betekenis te geven aan begrippen. Daarmee verwerven zij de belangrijkste voorwaarde om te kunnen filosoferen. Uiteraard is het mogelijk dat meer begaafde kleuters deze denk- en taalvaardigheden sneller ontwikkelen.

 

Toch is het zeker leuk en zinvol om met jonge kinderen filosofische gesprekken te voeren! De leerlingen oefenen diverse vaardigheden in de filosofische dialoog: zelfstandig nadenken over vragen, begrijpend luisteren, sociale interactie, respect en waardering opbrengen voor andere meningen. Ze leren hun gedachten, gevoelens en ideeën onder woorden te brengen. Door deze vaardigheden te oefenen en het plezier in de dialoog op te bouwen, leg je een basis voor het verdiepend filosoferen in de volgende schooljaren.

Filosoferen in de verschillende ontwikkelingsfasen van het kind

Hoe sluit je met je materialen, doelen en verwachtingen van het filosoferen goed aan bij de verschillende ontwikkelingsfasen van kinderen? Onderstaand lees je hoe dat werkt bij jonge kinderen tot en met groep 4. In de online cursus is meer te lezen over het filosoferen met oudere kinderen.

Kleuters (4 tot 6 à 7 jaar)

De kleutertijd is de bloeitijd van de fantasie en creativiteit. Kleuters laten hun binnenwereld zien door een grote productie van tekeningen, bouwwerken, woordvindingen en fantasiespel. Kleuters beschouwen de wereld als een magische plek, waarin alles van leven bezield is. Behalve creatief en vindingrijk zijn kleuters ook conservatief. Ze hebben een sterke behoefte aan gewoontes, vaste rituelen en structuur. Kinderen ontwikkelen zich in deze periode sterk in fysiek en sociaal opzicht en in taalvaardigheid.

Filosoferen met kleuters

De taalontwikkeling van kleuters is in volle gang en kan tussen kinderen in deze fase sterk uiteenlopen. Kleuters kunnen de meeste woorden uitspreken en grammaticaal juiste zinnen maken, maar dat wil niet zeggen dat ze de betekenis kennen van alle woorden die ze gebruiken. Ook kunnen ze veel van wat ze denken en voelen juist nog niet duidelijk onder woorden brengen. Voor het filosoferen betekent dat, dat er niet teveel waarde gehecht moet worden aan wat de kinderen letterlijk zeggen, maar meer aan wat zij aan ideeën of ervaringen willen inbrengen. De dialoog is een oefenplaats om deze vaardigheden te verwerven.

 

Het abstract denken, onmisbaar in het daadwerkelijk filosoferen, is bij kleuters bovendien nog niet ontwikkeld. In feite kan er bij kleuters dus nog geen sprake zijn van filosoferen. Het is daarom belangrijk dat je realistisch bent in je verwachtingen ten aanzien van het gesprek en de denkvaardigheden van kleuters. Ook is het bij deze leeftijdsfase van belang om in het denken en in de dialoog voldoende ruimte te laten voor spel, fantasie en beweging.
Wanneer je met kleuters filosofische gesprekken voert, oefen je de vaardigheden die horen bij de filosofische dialoog: zelfstandig nadenken over vragen, begrijpend luisteren, sociale interactie, respect en waardering opbrengen voor andere meningen. Door deze vaardigheden te oefenen en het plezier in de dialoog op te bouwen, leg je een basis voor het filosoferen in de volgende schooljaren.

Middenbouw van de basisschool (6-9 jaar)

In de middenbouw verdwijnt de kenmerkende openheid van de kleuter. Om zelfstandiger te worden en bewuster sociale contacten aan te gaan met leeftijdsgenoten, is het voor het kind nodig om zich meer af te sluiten. Het kind gaat een nadrukkelijk onderscheid maken tussen zichzelf als individu, met eigen gedachten en emoties, en de omgeving. De tijdsbeleving verandert, evenals de betekenis van ruimte. Het kind leert zich inleven in anderen, kan echt samenspelen en de acties van anderen voorzien.

Cognitief verandert er veel in deze leeftijdsfase. Het geheugen wordt sterker en het denken verandert: van associatief denken naar het herkennen van denkbeelden. Het kind kan grotere verbanden zien, het hele beeld of verhaal overzien en onthouden. Kinderen in de middenbouw ontwikkelen schaamtegevoel en een besef van de waardering of afkeuring van anderen. Er is een begin van moreel bewustzijn, dat samenhangt met beloning en straf.

Filosoferen in de middenbouw van de basisschool

Gemiddeld zijn kinderen rond het achtste levensjaar in staat om in abstracties te denken. In de taalontwikkeling krijgen begrippen op dat moment een diepere betekenis. In het filosofisch gesprek is duidelijk merkbaar hoe de mogelijkheden van kinderen tot begripsduiding, verbanden leggen, het grotere geheel overzien en het reageren op elkaars denkbeelden toenemen. Allemaal vaardigheden die een wereld van verschil maken in het filosofisch gesprek. Belangrijk is het om daarbij de verschillen tussen kinderen, tussen het moment waarop ze deze stap maken, te erkennen.
De kennis van de wereld neemt sterk toe en gezamenlijk beschikt een middenbouwgroep al over een enorme hoeveelheid kennis, informatie en levenservaringen, die de leerlingen kunnen inbrengen in het gesprek en waaruit zij kunnen putten om te leren van elkaar.

 

Meer leren over het filosofisch gesprek en het filosoferen in de klas?
Doe de online cursus FILOSOFEREN OP SCHOOL of boek een training of studiedag.