Algemene handleiding: Filosoferen met gedichten (groep 3-4)

Een filosofisch gesprek leiden we liefst in met een gezamenlijk ervaringsmoment, zodat alle leerlingen tijd hebben om te over te schakelen naar het gespreksonderwerp en naar het gezamenlijk onderzoek. Zo’n ervaringsmoment kan van alles zijn: een verhaal, een anekdote, een video, een kunstwerk, een empirisch onderzoek of een speloefening. Ook een gedicht is een heel bruikbare en prettige introductie: kort en speels en aansluitend bij het talige aspect van het filosoferen. Het is dus de moeite waard om bij een gekozen gespreksonderwerp te zoeken naar een passend gedicht als introductie. 

Een gedicht is bovendien vaak filosofisch van aard: er zitten gedachtesprongen in die je anders laten kijken en denken over een onderwerp. Ze geven iets weer van de persoonlijke beleving van de schrijver en hoe authentiek die kan zijn. Ze stellen de lezer een vraag, stellen het vanzelfsprekende ter discussie of roepen verwondering op. Daarom kan een goed en aansprekend gedicht op zichzelf inspireren tot een filosofisch gesprek. In de onderstaande handleiding vind je een aantal stappen waarmee je vanuit een zelf gekozen gedicht een filosofisch gesprek kunt leiden. 

Aanbevolen dichtbundels

De volgende bundels zijn een aanrader voor leerlingen vanaf 6 jaar.

  • ‘Nooit denk ik aan niets’ – H. en M. Hagen (Singel Uitgeverijen, 2015)
  • ‘Superguppie is alles’ – E. van de Vendel (Singel Uitgeverijen, 2014)
  • ‘Ziezo’ – A.M.G. Schmidt (Uitgeverij Querido, 2003)
  • ‘Ozo heppie’ – J. van Leeuwen (Uitgeverij Querido, 2017)
  • ‘Heel de wereld wordt wakker’ – diverse dichters (Uitgeverij Gottmer, 2022)

Voor groep 3 zijn sommige kleuterbundels nog de moeite waard:

  • ‘Jij en ik en mijn rode fiets’ – J. Wieslander (Uitgeverij Querido, 2010)
  • ‘Jij bent de liefste’ – H. en M. Hagen (Uitgeverij Querido, 2001)

Extra aanraders voor groep 4 zijn:

  • ‘Zullen we een bos beginnen?’ – J. Robben (Uitgeverij De Geus, 2008)
  • ‘Was de aarde vroeger plat?’ – B. Westera (Uitgeverij Gottmer 2017)
Voorbereiding

Kies een gedicht dat je aanspreekt en waarvan je verwacht dat het aansluit bij de belevingswereld van je leerlingen.

Start

Lees het gedicht voor aan de groep. Doe dat twee keer, zodat iedereen het goed kan volgen. Indien het gedicht uitnodigt tot meedoen (in rijm en ritme, met gebaren of bewegingen), spoor de leerlingen daar dan toe aan. Geef even tijd en aandacht aan spontane reacties op het gedicht.

Beleving

Verbind het gedicht met de leef- en belevingswereld van de kinderen in je groep. Informeer naar hun persoonlijke ervaringen, aan de hand van vragen als:

  • Ben jij ook weleens…
  • Heb jij ook weleens…
  • Ken jij iemand die…
  • Wat doe jij als…
  • Kun jij…
  • Mag jij…
  • Moet jij…
  • Kun je een voorbeeld geven?

Begripsbepaling

Onderzoek samen het belangrijkste begrip uit het gedicht. Formuleer een ‘Wat is…-vraag’ of vraag naar betekenis, bijvoorbeeld:

  • Wat is verliefd?
  • Wat is griezelen?
  • Wat is natuur?

Filosofeer over een antwoord op deze vraag.

Filosoferen

Soms stelt het gedicht zelf vragen die je kunt gebruiken om te filosoferen.
Probeer verder één of twee filosofische vragen te bedenken bij het kernbegrip uit de vorige stap. Maak eventueel gebruik van de volgende formuleringen.

  • Wat is het verschil tussen …. en ….?
  • Mag je eigenlijk ……?
  • Kun je altijd/overal ……?
  • Wat is beter/leuker: ….. of …..?
  • Hoe zou het zijn als …..?
Afsluiting en verwerking

Sluit het gesprek af met een korte samenvatting. 

Lees het gedicht in de loop van de week nog een paar keer voor aan de leerlingen. Oefen samen het gedicht uit het hoofd, zonder prestatiedruk, maar vanwege het taalplezier dat het gezamenlijk opzeggen van een mooi gedicht geeft.
Of oefen met de leerlingen in het zelf schrijven van poëzie, naar aanleiding van het gesprek. Houd het heel eenvoudig. Vraag ze bijvoorbeeld om één mooie zin te schrijven over wat ze gedacht of gevoeld hebben tijdens het gesprek. Of geef je ze een fragment, een zinsdeel, uit het gedicht van de introductie en vraag ze om deze zin in eigen woorden af te maken. Laat een aantal leerlingen hun zinnen voorlezen aan de klas. 

Product-links

image_pdf