Filosoferen over leiders en volgers

Startvragen

Laat de leerlingen eerst de startvragen individueel, op papier, beantwoorden:

  • Wanneer is iemand een leider?
  • Wanneer is iemand een volger?
  • Kan iemand zowel een leider als een volger zijn? Op welke manier? Of waarom niet?

Inventariseer vervolgens de antwoorden (zonder door te vragen of te reageren op elkaar) en praat daarna in de kring verder aan de hand van de filosofische vragen.

Gespreksregels

Benoem de gespreksregels in de kring.

Filosofische vragen

Filosofeer aan de hand van (enkele van) de volgende vragen:

  • Waar voel jij je het prettigst bij: de leiding nemen of meedoen?
  • Wat maakt iemand tot een goede leider? Welke karaktereigenschappen horen bij een leider?
  • Wat maakt iemand tot een goede volger? Welke karaktereigenschappen horen bij een volger?
  • Zijn leiders en volgers gelijk? Zijn leiders en volgers gelijkwaardig?
  • Hoe zou het zijn als er alleen leiders waren? Of alleen volgers?
  • Zijn er in elke groep leiders en volgers? Waarom denk je dat?
Verwerking

Sluit het gesprek af met een korte samenvatting.

Speel eventueel ter afsluiting het spiegelspel, waarbij de leerlingen in tweetallen tegenover elkaar staan. De een is de leider en maakt langzame bewegingen. De ander probeert, als een spiegelbeeld, de bewegingen zo nauwkeurig mogelijk te volgen.
Of doe ter afsluiting een percussie-oefening, waarbij de leerlingen op hun tafels, stoelen of benen drummen. Steeds mag één van de leerlingen – de leider – een ritme voordoen, de anderen volgen. Wissel een paar keer van leider.

 


Deze les sluit aan bij De Vreedzame School BLOK 1 – groep 7