‘Ik zal een boom zijn’ – Filosoferen over mens en natuur

Introductie

Lees als introductie het onderstaande gedicht voor, of vraag één van de leerlingen het voor te lezen.

 

Ik zal een boom zijn

Ik zal een boom zijn
en ik zal een vogel zijn
die in me nestelt.

 

Ik zal de grond zijn
waar de boom in wortelt
waar de vogel woont.

 

Ik zal de wind zijn
en de grond en de boom en de vogel
eindeloos strelen

 

en onder de boom zal ik de mens zijn
die dit dromend zal bestaan.

 

Gespreksregels

Leid het filosoferen in en benoem de gespreksregels in de kring.

Startvraag

Geef de leerlingen korte denktijd om een antwoord te vinden op de startvraag:

  • Wat is onderdeel van de natuur? (Of: Wat hoort bij natuur?)

Ga de kring rond om de antwoorden te inventariseren. Probeer zoveel mogelijk verschillende antwoorden te vinden. Het is niet nodig om door te vragen of onderling te reageren op deze antwoorden.

Filosofische vragen

Filosofeer samen aan de hand van (enkele van) de onderstaande vragen.

  • Wat is natuur? Hoe zou je de betekenis van het woord ‘natuur’ uitleggen?
  • Wat is geen natuur, wat hoort er niet bij de natuur? Kun je voorbeelden bedenken?
  • Waar ligt de grens tussen natuurlijk en onnatuurlijk?
  • Zijn mensen ook onderdeel van de natuur? Waarom niet? Of: op welke manier?
  • Is wat mensen maken of doen ook natuur? Waarom denk je dat? Kun je een voorbeeld geven?
  • Kan de mens onderdeel van de natuur zijn en tegelijkertijd de natuur verstoren? Hoe kan dat?
  • Hoe zou het zijn als mens en natuur (weer) meer in evenwicht waren?
Afsluiting en verwerking

Sluit het gesprek af met een korte samenvatting.
Ter verwerking kunnen de leerlingen een haiku schrijven, een Japans natuurgedicht. Je kunt daarvoor gebruik maken van het werkblad onder deze link.

Verantwoording

Gedicht: J.C. van Schagen
uit: ‘Ik wou dat ik een vogel was.’
Uitgeverij: Ploegsma, Amsterdam (2019).

image_pdf