Opzet en onderzoeksvraag

De centrale onderzoeksvraag van dit gesprek luidt: ‘Bepaalt het land waar je woont, wie je bent?’. Benoem deze onderzoeksvraag bij de leerlingen. Schrijf hem eventueel eerder in de week al op het bord om de leerlingen de tijd te geven er vast over na te denken. In de opzet van deze les helpen verschillende vragen om toe te werken naar een antwoord op de onderzoeksvraag. De leerlingen geven dus niet direct aan de start van de les al antwoord op deze vraag.

Startvragen

Laat de leerlingen eerst de startvragen individueel, op papier, beantwoorden:

  • Wat is je favoriete land? Waarom?

Inventariseer de antwoorden (zonder te reageren of door te vragen) en filosofeer daarna verder in de kring.

Gespreksregels

Benoem de gespreksregels in de kring.

Filosofische vragen

Leid het gesprek aan de hand van (enkele van) de volgende vragen:

  • Wat is een land? Hoe ontstaat een land?
  • Wat is een grens? Hoe ontstaat een grens?
  • Kunnen landen en grenzen veranderen?
  • Waarin verschillen landen van elkaar?
  • Bepaalt het land waar je woont, wie je bent?
  • Hoor je bij het land waar je woont, of bij het land waar je geboren bent?
  • Kun je bij meerdere landen horen?
  • Kun je zelf kiezen waar je wilt wonen?
Afsluiting en verwerking

Sluit het gesprek af met een korte samenvatting.
Ter verwerking kunnen de leerlingen een landkaart (na)tekenen van hun favoriete land. De leerlingen kunnen vervolgens hun landen uitknippen en er een collage van maken op het prikbord in de klas.