Startvragen

Laat de leerlingen eerst de startvragen individueel, op papier, beantwoorden.

  • Doe je wel eens iets waar je eigenlijk geen zin in hebt? Weet je een voorbeeld?
  • Durf jij het te zeggen als je iets echt niet wilt? Weet je een voorbeeld?

Inventariseer klassikaal de antwoorden. Probeer zoveel mogelijk leerlingen aan het woord te laten, zodat iedereen door deze startopdracht een beeld krijgt van elkaars grenzen. Ga vervolgens in de kring om te filosoferen.

Gespreksregels

Leid het filosoferen in. Spreek duidelijke gespreksregels af.

Filosofische vragen

  • Hoe komt het dat je soms iets doet wat jij eigenlijk niet wilt?
  • Moet je weleens ergens aan meedoen zodat anderen je aardig vinden? Kun je een voorbeeld geven?
  • Kun je met anderen meedoen en toch zelf bepalen wat je wilt? Hoe doe je dat?
  • Hoe kun je aan iemand merken waar haar of zijn grenzen liggen; wat zij of hij niet wil?
  • Hoe kun je rekening houden met elkaars grenzen?
Afsluiting en verwerking

Sluit het gesprek af met een korte samenvatting.

Ter verwerking kunnen de leerlingen een meditatieve tekenoefening doen, waarbij ze grenzen, randen en richeltjes tekenen en decoreren. Gebruik daarvoor het werkblad onder deze link.

Aanwijzing voor de gespreksleider

De lessen rondom seksuele en relationele vorming zijn voor de meeste kinderen (en gespreksleiders) spannend en het vraagt moed om daarover in gesprek te gaan. Lacherigheid, schaamte en schroom om mee te praten horen daarbij. Des te belangrijker is het om de dialoog, waarin gezamenlijk onderzoek en respect voor verschillende ideeën centraal staan, te waarborgen. Let daarom goed op de gespreksregels, moedig leerlingen aan om mee te doen, maar geef ze ook de ruimte om te zwijgen en te luisteren. Begrens waar nodig, bijvoorbeeld als er heel persoonlijke voorbeelden gedeeld worden die niet voor alle oren bestemd zijn of wanneer de grenzen van een veilig en prettig gesprek overschreden dreigen te worden.

Toelichting

Hoewel deze les deel uitmaakt van de gesprekken rondom seksuele en relationele vorming, geven de vragen de leerlingen de ruimte om hun eigen ervaringen en voorbeelden bij het onderwerp ‘grenzen en respect’ in te brengen.  Dat is prima, het is niet aan te raden het gesprek in een andere richting te sturen dan de ideeën en associaties die de leerlingen noemen. Aan de hand van hun eigen voorbeelden kunnen zij het onderwerp onderzoeken.

Introductie

Laat de leerlingen eerst individueel nadenken over de startvragen.

  • Doe je wel eens iets waar je eigenlijk geen zin in hebt? Weet je een voorbeeld?
  • Durf jij het te zeggen als je iets echt niet wilt? Weet je een voorbeeld?

Nodig enkele leerlingen uit om hun antwoorden te geven. Onthoud deze voorbeelden om er later in het gesprek op terug te kunnen grijpen.

Gespreksregels

Leid het filosoferen in. Benoem de kwetsbaarheid van het onderwerp. Spreek duidelijke gespreksregels af.

Filosofische vragen

Denk samen na aan de hand van (enkele van) de volgende vragen.

  • Mogen kinderen zeggen wat ze wel of niet willen? Mogen volwassenen zeggen wat ze wel of niet willen?
  • Moet je overal aan meedoen zodat anderen je aardig vinden?
  • Kun je met anderen meedoen en toch zelf bepalen wat je doet of laat? Waarom (niet)?
  • Hoe weet je waar jouw grenzen liggen?
  • Hoe erg is het om soms iets te doen wat je eigenlijk niet wilt?
  • Is het verkeerd om iemand over te halen iets te doen, waar zij of hij eigenlijk geen zin in heeft?
  • Hoe kun je de grenzen van een ander respecteren?
Afsluiting en verwerking

Sluit het gesprek af met een korte samenvatting.

Ter verwerking kunnen de leerlingen een meditatieve tekenoefening doen, waarbij ze grenzen, randen en richeltjes tekenen en decoreren. Gebruik daarvoor het werkblad onder deze link.

Aanleiding

Aanleiding tot een teamgesprek over assertiviteit kan een intervisiecasus zijn, wanneer duidelijk is dat hierin de essentie ligt van het probleem. Het is dan nodig om te bespreken wat je onder deze waarde verstaat, welke plaats deze waarde inneemt in de organisatie of in het onderwijs en wat er nodig is om meer assertiviteit te bereiken.
Wanneer assertiviteit een van de kernwaarden is van de school, is het van belang om deze te onderzoeken om tot een gezamenlijke, bij de school passende definitie en praktijk te komen.

Betekenis van de waarde

Inventariseer welke betekenissen er zijn voor deze waarde en probeer samen tot een eensluidende definitie te komen. Of bespreek, bekritiseer en nuanceer de onderstaande omschrijving:

Assertiviteit betekent dat je beseft dat je een waardevol mens bent, of samen een waardevolle organisatie vormt. Vanuit dat besef stel je je positief op en verwacht je respect (L. Kavelin Popov). Je durft uit te dragen waar je als mens of organisatie voor staat, je hebt vertrouwen in je boodschap. Je denkt na over wat je zegt. Als iemand je kwetst of kwaadspreekt, laat je je niet uit het veld slaan en bescherm je jezelf en jouw waarden. Je vraagt wat je wilt en kunt je behoeften duidelijk maken.

Assertiviteit in het onderwijs betekent dat je kunt aangeven waar voor jou de grenzen liggen van wat er redelijkerwijs van je gevraagd kan worden. Je beschermt jezelf en je school tegen overbelasting en negatieve kritiek en je staat voor het onderwijs dat je geeft. Je beseft dat het vak van leerkracht respect verdient van kinderen, ouders en samenleving.

Positie van de waarde
  • Is assertiviteit een kernwaarde van de school? Waarom (niet)?
  • Is deze (kern)waarde duidelijk zichtbaar in de school? Waardoor? Waarom niet?
  • Is het een streefwaarde van de school? Waarom (niet)?
  • Is het een license-to-operate-waarde (een voorwaarde om goed onderwijs te kunnen geven)? Waarom (niet)?
  • Is het een persoonlijke waarde van (een van) de deelnemers aan het gesprek?
  • Waarom hecht hij of zij belang aan juist deze waarde?
De waarde in praktijk
  • Wat is er nodig om assertiviteit in praktijk te brengen?
  • Heeft assertiviteit een positieve of negatieve klank?
  • Wat gebeurt er als mensen niet assertief (genoeg) zijn?
  • Wat gebeurt er als mensen buitengewoon assertief zijn?
  • Welke dilemma’s levert deze waarde je op?
  • Hoe kun je assertief zijn en tegelijkertijd open staan voor andere meningen?
  • Hoe kun je assertief zijn en tegelijkertijd begripvol?
  • Wanneer vind je het lastig om assertief te zijn?
  • Hoe kun je in dat geval toch vasthouden aan deze waarde?
Onderzoeksvraag

Wie bepaalt jouw grenzen?

Startvraag
  • Durf jij altijd te zeggen wat je wilt? Waarom (niet)?
  • Durf jij altijd te zeggen wat je niet wilt? Waarom (niet)?

Verdiepingsvragen

  • Mogen kinderen zeggen wat ze willen?
  • Mogen volwassenen zeggen wat ze willen?
  • Zijn volwassenen belangrijker dan kinderen? Waarom (niet)?
  • Moet je overal aan meedoen zodat anderen je aardig vinden?
  • Kun je met anderen samenleven en toch zelf bepalen wat je doet of laat? Waarom (niet)?
  • Hoe weet je waar jouw grenzen liggen?
  • Hoe erg is het om soms iets te doen wat je eigenlijk niet wilt?