Voorbereiding

Vraag de ouders van de leerlingen of zij een (digitale) babyfoto van elke leerling kunnen toesturen. Deze foto’s kun je gebruiken voor de verwerkingsopdracht na deze les.

Introductie

Lees ter introductie het gedicht ‘Klop klop klop’ uit de bundel ‘Ik zie je wel, ik hoor je wel’ van Miep Diekmann voor. Doe dat eventueel een tweede keer, zodat alle leerlingen dit korte goed hebben kunnen volgen.

Begrijpend luisteren

Ga na of de leerlingen het gedicht hebben begrepen. Stel eventueel een paar helpende vragen:

  • Over wie gaat dit gedicht? Waarom denk je dat?
  • Voor wie is mammies buik een huis?
  • Heeft er in jouw mama’s buik ook een baby gezeten?

Filosofische vragen

Denk samen na over (enkele van) de volgende vragen:

  • Waar komen baby’s vandaan?
  • Ben jij ook een baby geweest?
  • Is iedereen een baby geweest? Ook vaders en moeders? Hoe weet je dat?
  • Zijn alle baby’s hetzelfde? Waarom (niet)?
  • Ben jij nog dezelfde als toen je een baby was? Waarom (niet)?
  • Krijgen dieren ook baby’s? En planten?
Afsluiting en verwerking

Sluit het gedicht af met een korte samenvatting.
Toon tot slot de babyfoto’s van de leerlingen aan de groep, geprint of op het digibord. Kunnen zij raden wie welke baby is?

Bron

Gedicht: M. Diekmann
uit: ‘Wiele wiele stap’ (later opgenomen in de bundel ‘Ik zie je wel, ik hoor je wel’)
Querido, Amsterdam 1977