9200000036152624

Introductie

Lees ter introductie van het onderwerp voor uit het prentenboek of bekijk de animatie op Youtube.
Als er aanleiding is tot het bespreken van dit onderwerp, bijvoorbeeld het overlijden van een (groot)ouder, leerling of leerkracht, benoem dan ook deze aanleiding en maak een verbinding tussen de gebeurtenis en het boek. Er is overigens geen directe aanleiding nodig voor een gesprek over de dood, juist een gesprek over dit onderwerp zonder aanleiding helpt het thema te normaliseren.

Beschrijving van het boek ‘Kikker en het vogeltje’ door M. Velthuijs

Bij de rand van het bos ligt een vogeltje. ‘Kijk,’ zegt Kikker, ‘kapot. Hij doet het niet meer. ‘Hij slaapt,’ zegt Varkentje. Maar Haas zegt: ‘Hij is dood.’ ‘Dood?’ vraag Kikker. ‘Wat is dat?’

Begrijpend luisteren

Ga na of de leerlingen hebben kunnen volgen en begrijpen waar het verhaal over gaat. Houd in de gaten of er leerlingen zijn voor wie het onderwerp hevige emoties oproept en geef troost als dat nodig is. Accepteer het ook als er weinig emoties bij dit onderwerp zijn (omdat de notie van de dood en het voorgoed missen van een geliefde nog onbekend zijn) en maak het niet moeilijker of gewichtiger dan de kinderen zelf doen. 

Gespreksregels

Leid het filosoferen in en benoem de gespreksregels in de kring.

Filosofische vragen

Denk samen na aan de hand van (enkele van) de volgende vragen.

  • Ken je iemand (een mens of dier) die is doodgegaan? 
  • Wat gebeurt er als iemand doodgaat?
  • Waarom gaan mensen en dieren dood?
  • Kunnen planten ook doodgaan? Kunnen dingen ook doodgaan?
  • Kun je blijven houden van iemand die dood is gegaan? Wat voel je dan?
  • Denk je dat de dood bij het leven hoort? Waarom (niet)?
Afsluiting en verwerking

Sluit het gesprek af met een korte samenvatting. 
Schud het onderwerp daarna van je af, door net als Kikker en zijn vriendjes in het boek of de video, een spelletje tikkertje te doen in de buitenlucht. 

Verantwoording

Titel: Kikker en het vogeltje
Schrijver: M. Velthuijs
Uitgeverij: Leopold, Amsterdam 1991.

 

erik-en-opa

Introductie 

Lees ter introductie van het onderwerp voor uit het prentenboek.

Beschrijving van het boek ‘Erik en opa’ door K. Fupz Aakeson

Erik is verdrietig, want zijn opa is overleden. Maar de nacht na de begrafenis zit Opa plotseling op Eriks nachtkastje. ‘Opa?’ zegt Erik verbaasd. ‘Wat doe je? Ik dacht dat je dood was?’ ‘Dat dacht ik ook,’ zegt Opa. ‘Woho,’ zegt Erik. ‘Je bent een spook geworden!’
En inderdaad, Opa kan door muren lopen en andere spookachtige dingen doen. Erik en Opa hebben veel plezier, maar Opa is onrustig. Hij heeft het gevoel dat hij iets vergeten is, maar kan niet bedenken wat. Erik besluit hem te helpen zoeken.

Gespreksregels

Leid het filosoferen in en benoem de gespreksregels in de kring.

Filosofische vragen

Denk samen na aan de hand van (enkele van) de volgende vragen.

  • Is het moeilijk om over de dood na te denken en te praten? Waarom (niet)?
  • Hoort de dood bij het leven? Op welke manier?
  • Hebben volwassenen meer verstand van de dood dan kinderen? Waarom (niet)?
  • Kan het gebeuren dat iemand doodgaat voordat hij klaar is met leven? Of leeft iedereen precies lang genoeg?
  • Kun je houden van iemand die er niet meer is? Op welke manier? Of waarom niet?
  • Wat is de beste manier om afscheid te nemen?
Afsluiting en verwerking

Sluit het gesprek af met een korte samenvatting.
Indien er tijdens het gesprek voorbeelden zijn genoemd van naasten van de leerlingen die zijn overleden, vraag deze leerlingen dan om een foto of voorwerp mee te nemen dat aan deze persoon herinnert. Richt een tafeltje of stukje vensterbank in voor deze herinneringen.
Spreek van tevoren duidelijk af hoe lang de herinneringsplek in de klas blijft staan (bijvoorbeeld een week of tot aan het eerstvolgende weekend) en wanneer de herinneringen weer mee naar huis gaan. Zo heeft de aandacht voor de dood in de klas een duidelijk eindpunt. 

Verantwoording

Titel: Erik en opa
Schrijver: Kim Fupz Aakeson
Uitgeverij: Querido, Amsterdam 2015.