Introductie

Laat de leerlingen eerst de startvragen individueel, op papier beantwoorden.

  • Noem twee dingen die belangrijk zijn in jouw leven.

Inventariseer de antwoorden op het bord, maak een verzameling van alles wat de leerlingen belangrijk vinden in hun leven. Schrijf deze verzameling op als een woordweb rondom de tekst ‘belangrijk in mijn leven’.

Gespreksregels

Leid het filosoferen in en benoem de gespreksregels in de kring.

Filosofische vragen

Filosofeer aan de hand van (enkele van) de onderstaande vragen:

  • Hoe weet je wat belangrijk voor je is? Waar merk je dat aan?
  • Kunnen anderen voor jou bepalen wat belangrijk is? Wie doen dat? Ben je het er altijd mee eens?
  • Kan iets voor jou belangrijk zijn, maar voor een ander niet? Hoe kan dat?
  • Hoe kan het dat mensen verschillende dingen belangrijk vinden?
  • Is het mogelijk om rekening houden met iets wat voor jou onbelangrijk is?¬†Op welke manier? Of: waarom niet?
  • Bestaan er dingen die belangrijk zijn voor iedereen (een gezamenlijk of algemeen belang)?
    Welke zijn dat bijvoorbeeld?
Afsluiting en verwerking

Sluit het gesprek af met een korte samenvatting.

Ter verwerking kunnen de leerlingen individueel een mindmap of woordweb maken van de belangrijke dingen in hun leven, zodat ze er meer kunnen noemen dan in de startopdracht. Geef de mindmaps een plek op een leerwand of prikbord in het lokaal. Zo leren de leerlingen elkaar en elkaars belangen beter kennen.