Introductie

Lees ter introductie het gedicht ‘De drie wonderlijkse woorden’ van W. Szymborska voor uit de bundel ‘Ik zoek een woord’. Of vraag één van de leerlingen dat te doen. 

Gespreksregels

Leid het filosoferen in en benoem de gespreksregels in de kring.

Filosofische vragen

Filosofeer aan de hand van (enkele van) de volgende vragen.

  • Waarom zijn Toekomst, Stilte en Niets de drie ‘wonderlijkste woorden’?
  • Kan de toekomst bestaan? Waarom (niet)?
  • Kan de stilte bestaan? Waarom (niet)?
  • Kan het niets bestaan? Waarom (niet)?
  • Hoe kan iets bestaan en niet-bestaan tegelijkertijd? Bestaat het meer wel of niet?
  • Ken je nog meer van zulke ’wonderlijke’ woorden?
Afsluiting en verwerking

Sluit het gesprek af met een korte samenvatting. Ter verwerking kunnen de leerlingen een verzameling maken van ‘wonderlijke woorden’ op strookjes papier. Geef de verzameling een plek op het prikbord of de leerwand.

Verantwoording

Gedicht: W. Szymborska
uit: ‘Ik zoek een woord’
Uitgeverij Querido, Amsterdam 2013.