Introductie

Lees ter introductie het gedicht ‘Paltrok en Kamizool’ voor uit de bundel ‘Als iemand ooit mijn botjes vindt’ van J. Robben. 

Begrijpend luisteren

Vraag na wat de leerlingen uit het gedicht hebben begrepen. Stel eventueel een paar helpende vragen:

  • Waarover gaat het gedicht, denk je?
  • Wie zijn de dieren die een vacht kregen? En wie kregen er veren?
  • Welke dieren kregen kleren?
Gespreksregels

Leid het filosoferen in en benoem de gespreksregels in de kring.

Filosofische vragen

Denk samen na aan de hand van (enkele van) de volgende vragen.

  • Waarom dragen mensen kleren?
  • Is het verkeerd om bloot te zijn? Is het grappig om bloot te zijn? Waarom (niet)?
  • Is bloot iets om van te schrikken? Waarom (niet)?
  • Is bloot iets om je voor te schamen? Waarom (niet)?
  • Wat betekent schaamte? Wat voel je als je je schaamt?
  • Denk je dat alle blote mensen hetzelfde zijn, of zijn ze verschillend?
Afsluiting en verwerking

Sluit het gesprek af met een korte samenvatting.

Ter verwerking van de opdracht kunnen de leerlingen staand in de kring een beweegspel doen waarbij zij de bewegingen uitbeelden die horen bij aankleden. Eerst het ondergoed en de sokken (probeer op één been te staan), daarna een broek of rok en een trui, een jas aantrekken, een sjaal omdoen, een muts opzetten. Vraag steeds één leerling om een beweging voor te doen die de anderen imiteren, of bedenk samen steeds een kledingstuk en beeld dat tegelijk uit. Doe de leerlingen voor hoe je met nauwkeurige gebaren (een rits, knoopjes, een maillot) een levensechte beweging kunt uitbeelden. 

Bron

Gedicht: Jaap Robben
uit: ‘Als iemand ooit mijn botjes vindt’
De Geus (Breda 2012).