Introductie

Lees ter inleiding (voorafgaand aan het gesprek of op een eerder moment in de week) voor uit het prentenboek ‘Beer is op vlinder’ (A. van Haeringen, Leopold 2012) of bekijk een digitale versie op Youtube.

Begrijpend luisteren

Ga na of de leerlingen het verhaal hebben begrepen. Stel eventueel een paar helpende vragen:

  • Wat was er met Beer aan de hand?
  • Op welke manier probeerde Beer Vlinder te vertellen wat hij voelde?
  • Begreep Vlinder wat Beer wilde zeggen? Waarom niet?
Gespreksregels

Leid het filosoferen in en benoem de gespreksregels in de kring.

Filosofische vragen

Filosofeer aan de hand van (enkele van) de volgende vragen.

  • Begrijpt jouw vriend of vriend(in) altijd wat jij bedoelt? Kun je een voorbeeld bedenken?
  • Begrijpt jouw vader of moeder altijd wat jij bedoelt? Kun je een voorbeeld bedenken?
  • En andersom? Begrijp jij altijd wat de meester of juf bedoelt? Kun je een voorbeeld bedenken?
  • Wat denk je als een ander je niet begrijpt? En wat voel je dan?
  • Hoe komt het dat mensen elkaar soms verkeerd begrijpen?
  • Wat kan er gebeuren als je elkaar verkeerd begrijpt?
  • Kun je aan iemand zien wat hij bedoelt? Waaraan zie je dat?
Afsluiting en verwerking

Sluit het gesprek af met een korte samenvatting.

Ter verwerking kun je een speelse oefening doen in elkaar begrijpen. Vraag bijvoorbeeld enkele leerlingen die een tweede taal spreken om een woord in hun taal of zin in hun taal te zeggen en probeer met de groep te raden wat het is. Of laat een paar leerlingen een woord of zin voor de klas uitbeelden, waarbij de anderen proberen te begrijpen wat het is.

Verantwoording

Titel: Beer is op vlinder
Schrijver: A. van Haeringen
Uitgeverij: Leopold, Amsterdam 2017.

 

Onderzoeksvraag

Wat is er nodig om elkaar te begrijpen?

Startvraag

Begrijp jij altijd wat iemand anders bedoelt? Wanneer niet?

Verdiepingsvragen

  • Hoe komt het dat mensen elkaar soms verkeerd begrijpen?
  • Wat gebeurt er als je elkaar verkeerd begrijpt?
  • Moet je dezelfde taal spreken om elkaar te kunnen verstaan? Waarom (niet)?
  • Moet je dezelfde taal spreken om elkaar te kunnen begrijpen? Waarom (niet)?
  • Moet je elkaar aardig vinden om elkaar te kunnen begrijpen? Waarom (niet)?
  • Moet je even slim zijn om elkaar te kunnen begrijpen?
  • Kun je iets vertellen zonder woorden? Hoe doe je dat?
  • Kun je aan iemand zien wat hij bedoelt? Waaraan zie je dat?
Opzet

In dit gesprek onderzoeken de leerlingen de essentie van muziek. De centrale onderzoeksvraag kan bij wijze van start op het digibord worden weergegeven: Wanneer is geluid muziek?

De onderstaande startvraag is een opwarmer voor de leerlingen: ze noemen de muziekinstrumenten die ze kennen en worden vast uitgedaagd om verder te denken dan dat. Vervolgens is er steeds een muziekfragment te beluisteren voordat een volgende stap in het filosofisch onderzoek wordt gezet.

Introductie en gespreksregels

Leid het filosoferen in. Introduceer het onderwerp van gesprek en de centrale onderzoeksvraag.
Benoem de gespreksregels in de kring.

Startvraag

Ga de kring rond en laat elke leerling aan bod komen met een antwoord op de volgende vraag:

  • Waarmee kun je muziek maken?

Naarmate het rondje vordert zal het steeds moeilijker worden om nog muziekinstrumenten te bedenken, waardoor een beroep wordt gedaan op de creativiteit van de leerlingen.

Verdiepingsvragen

Filosofeer aan de hand van de volgende vragen. Stel steeds na een geluidsfragment een volgende vraag. (Elk geluidsfragment duurt 30 seconden.)

Fragment 1
  • Wat hoor je in dit fragment? Zou je het muziek noemen? Waarom (niet)?
  • Kun je alleen muziek maken met muziekinstrumenten? Waarom denk je dat?
Fragment 2
  • Wat hoor je in dit fragment? Zou je het muziek noemen? Waarom (niet)?
  • Is elk geluid dat je met een muziekinstrument maakt muziek?
Fragment 3
  • Wat hoor je in dit fragment? Zou je het muziek noemen? Waarom (niet)?
  • Wat is het verschil tussen muziek en herrie? Kan herrie ook muziek zijn?
Fragment 4
  • Wat hoor je in dit fragment? Zou je het muziek noemen? Waarom (niet)?
  • Kan elk geluid muziek zijn?
Fragment 5: Bonusvraag
  • Wat hoor je in dit fragment? Zou je het muziek noemen? Waarom (niet)?
  • Kan stilte ook muziek zijn?
Afsluiting en verwerking

Sluit het gesprek af met een korte samenvatting of terugblik op het onderzoek.
Ter verwerking kunnen de leerlingen, bij wijze van schrijfopdracht, individueel de volgende zin afmaken:

Geluid is muziek als …