Introductie

Lees ter introductie voor uit het prentenboek ‘Het donker’ van Lemony Snicket of lees het gedicht ‘Het donker is een wonder’ van Frank Adam voor (uit: ‘Waarom ik altijd nee zeg’, Querido 2001 – maar ook te vinden op internet.)

Gespreksregels

Leid het filosoferen in en benoem de gespreksregels in de kring. 

Filosofische vragen

Denk samen na aan de hand van (enkele van) de volgende vragen.

  • Ben je weleens op een plek geweest waar het helemaal donker was? Hoe was dat?
  • Wat is donker? En wat is licht?
  • Als er geen licht zou bestaan, bestond er dan wel donker?
  • Wat kun je niet zien in het donker? Zijn er dingen die je wel kunt zien in het donker?
  • Zijn de dingen in het donker anders dan in het licht?
  • Ben je zelf in het donker anders dan in het licht? Waarom niet? Of: op welke manier?
  • Waarom kan het donker eng zijn?
Verwerkingsopdracht

Laat de kinderen op papier in woorden of tekeningen antwoord geven op de vraag: Wat kun je doen als je bang bent in het donker? Alle tips (schrijf of teken ze bijvoorbeeld met wit of lichtgeel potlood op zwart papier) kunnen een plek krijgen op de IPC-leerwand.

Verantwoording

Titel: Het donker
Schrijver: L. Snicket
Uitgeverij: Gottmer, Haarlem 2014.