Situatie

Een ouder heeft kritiek op het didactisch functioneren van de leerkracht.

Posities

Positie van de ouders:

  • kennis van de verhalen van het kind over hoe hij het onderwijs van de leerkracht ervaart;
  • ervaring met (de beleving van het kind van) het lesgeven van eerdere leerkrachten.

Positie van de leerkracht/school:

  • kennis van en ervaring met didactiek;
  • kennis van en ervaring met de gebruikte onderwijsmethoden;
  • professional in het onderwijs.

Eerst begrijpen, dan begrepen worden

Vragen om de ouders beter te begrijpen:

  • Waaruit bestaat de kritiek op het lesgeven van de leerkracht; waarom gaat het precies?
  • Op welke (soort) lessen is de kritiek gebaseerd?
  • Waarom zijn de ouders (en/of het kind) kritisch ten aanzien van deze lessen en het lesgeven van de leerkracht?
  • Betreft de kritiek de werkwijze, de methodiek of de interactie met een specifiek kind (het kind van deze ouders)?
  • Wat zou de leerkracht volgens de ouders kunnen doen (feedback)?

Inzicht en perspectief

Vragen om samen tot meer inzicht en een breder perspectief te komen:

  • Welke onderwijsvisie hoort bij de school?
  • Welke methoden gebruikt de school? Waarom?
  • Welke wijze van onderwijs past bij de leerkracht?
  • Wijkt het onderwijs in de genoemde voorbeelden af van de onderwijsvisie van de school? Op welke manier?
  • Wat kan de leerkracht doen met de feedback van de ouders?
  • Waarin kan de leerkracht de ouders niet tegemoet komen? Waarom niet?
  • Hoe kunnen de ouders het onderwijs van de leerkracht en de methoden respecteren, ook als zij twijfelen aan de juistheid daarvan?
Situatie

Ouders zijn het niet eens met het huiswerk dat een kind heeft gekregen.

Posities

Positie van de ouders:

  • kennis van en ervaring met de uitvoering van het huiswerk thuis;
  • kennis van de beleving van de kind van het huiswerk.

Positie van de leerkracht:

  • kennis van en ervaring met de noodzaak van het huiswerk;
  • kennis van en ervaring met de visie van de school op huiswerk.

Eerst begrijpen, dan begrepen worden

Vragen om de ouders beter te begrijpen:

  • Waarom hebben de ouders kritiek op het huiswerk?
  • Welke betekenis heeft het huiswerk voor de ouders?
  • In hoeverre is de mate van (hoeveelheid, frequentie) huiswerk van hun kind voor de ouders een reden tot vergelijking met andere kinderen?
  • In hoeverre spelen praktische bezwaren (beschikbare vrije tijd voor het huiswerk, studieruimte thuis) een rol?
  • In hoeverre spelen inhoudelijke bezwaren (opleidingsniveau van de ouders, mogelijkheid tot ondersteunen) een rol?
  • In hoeverre spelen pedagogisch/didactische bezwaren (bijvoorbeeld ‘jonge kinderen horen geen huiswerk te krijgen’) een rol?

Inzicht en perspectief

Vragen om samen tot meer inzicht en een breder perspectief te komen:

  • Hoe past het huiswerk in het jaar- of leerplan van het leerjaar?
  • Hoe past het huiswerk in de visie en pedagogische benadering van de school?
  • Welke betekenis heeft het huiswerk voor de schoolprestaties van het kind?
  • Welke betekenis heeft het huiswerk voor de ontwikkeling van zelfstandigheid?
  • Welke betekenis heeft het huiswerk voor de ouderbetrokkenheid?
  • Hoe kunnen het kind en de ouders tijd, aandacht en ruimte vrijmaken voor het huiswerk?
Situatie

Ouders zijn het niet eens met cijfers of een rapport.

Posities

Positie van de ouders:

  • behoefte aan informatie en toelichting;
  • verantwoordelijk voor de ontwikkeling en het welzijn van het kind.

Positie van de leerkracht:

  • verantwoordelijk voor het verstrekken van informatie;
  • verantwoordelijk voor de juistheid van procedures en waardering van prestaties.
Ervaring

De ervaring leert dat sommige ouders willen onderhandelen over cijfers of rapporten.

Eerst begrijpen, dan begrepen worden

Vragen om de ouders beter te begrijpen:

  • Waarom herkennen de ouders hun kind niet in het rapport of de waardering?
  • Op grond van welke informatie beoordelen de ouders het cijfer of de procedure?
  • Welke betekenis geven de ouders aan een cijfer of rapport: bijvoorbeeld het rapport als indicatie van de (school)ontwikkeling, als vergelijkingsmateriaal tussen kinderen of als voorbode van het schooladvies voor het voortgezet onderwijs?

Inzicht en perspectief

Vragen om samen tot meer inzicht en een breder perspectief te komen:

  • Wat zeggen cijfers en rapporten over de ontwikkeling van het kind?
  • In hoeverre is het cijfer representatief voor de mogelijkheden of kansen van het kind?
  • Is het terecht dat de ouder zich zorgen maakt over dit cijfer of rapport? Waarom (niet)?
  • Wat kan het kind doen om zijn cijfers of rapporten te verbeteren?
  • Waarom kan een school niet met ouders (en kinderen) onderhandelen over cijfers of rapporten?
Situatie

Ouders zijn het niet eens met het schooladvies voor het voortgezet onderwijs.

Posities

Positie van de ouders:

  • verantwoordelijk voor de ontwikkeling en het welzijn van het kind;
  • kennis van en ervaring met de kwaliteiten en talenten van het kind in de buitenschoolse situatie.

Positie van de leerkracht:

  • kennis van en ervaring met de leerprestaties en leervaardigheden van het kind op school;
  • kennis van en ervaring met de overgang naar en de eisen van het voortgezet onderwijs.

Eerst begrijpen, dan begrepen worden

Vragen om de ouders beter te begrijpen:

  • Welk schooladvies hadden de ouders verwacht?
  • Waar is deze verwachting op gebaseerd?
  • In hoeverre verschilt deze verwachting van het schooladvies van de leerkracht?
  • Waar denken de ouders dat het schooladvies van de leerkracht op is gebaseerd?
  • Waarom hebben de ouders moeite om het advies van de leerkracht te accepteren?

Inzicht en perspectief

Vragen om samen tot meer inzicht en een breder perspectief te komen:

  • Welke betekenis heeft het schooladvies van de leerkracht voor het toekomstperspectief van de leerling (vervolgopleiding, zelfstandigheid)?
  • Welke betekenis heeft het schooladvies van de leerkracht voor de sociale en emotionele ontwikkeling van de leerling (aansluiting, zelfvertrouwen, ontwikkeling van talenten)?
  • In hoeverre sluit het schooladvies van de leerkracht de verwachtingen van de ouders uit?
  • In hoeverre is het in het belang van de leerling om het schooladvies van de leerkracht op te volgen?
  • In hoeverre is het in het belang van de leerling om het schooladvies van de leerkracht niet op te volgen?
Situatie

Een leerling is niet gemotiveerd en lijkt niet te motiveren.

Posities

Positie van de ouders:

  • kennis van en ervaring met de motivatie van het kind in buitenschoolse activiteiten en situaties (sport, hobby’s, thuis, vriendschappen).

Positie van de leerkracht/school:

  • kennis van en ervaring met de motivatie van het kind op school;
  • kennis van en ervaring met motiveren van leerlingen (methoden en technieken).

Eerst begrijpen, dan begrepen worden

Vragen om de ouders beter te begrijpen:

  • Herkennen de ouders de ongemotiveerde houding van het kind?
  • Welke reden of oorzaak zien de ouders achter het gebrek aan motivatie?
  • Hebben de ouders zelf geprobeerd hun kind meer te motiveren voor school en schoolwerk? Zo ja, op welke manier? Zo nee, waarom niet?

Inzicht en perspectief

Vragen om samen tot meer inzicht en een breder perspectief te komen:

  • Wat is motivatie?
  • Welke rol speelt motivatie in de schoolresultaten en het welbevinden van het kind?
  • Wat is het verschil tussen intrinsieke en extrinsieke motivatie?
  • Hoe kan de intrinsieke motivatie van een kind beter worden aangesproken?
  • Hoe kunnen ouders en leerkrachten de extrinsieke motivatie aanspreken om de betrokkenheid van het kind bij school en het schoolwerk te vergroten?
Situatie

Ouders willen helpen bij het huiswerk, maar hanteren niet de juiste methoden (overeenkomstig de methoden op school).

Posities

Positie van de ouders:

  • kennis van en ervaring met alternatieve methoden (afwijkend van de methoden van school)
  • verantwoordelijk voor het motiveren en ondersteunen bij het huiswerk

Positie van de leerkracht/school:

  • kennis van en ervaring met de op school gebruikte methoden
  • deskundig in didactiek en leermethoden
Ervaring

De ervaring leert dat het kind in een loyaliteitsconflict raakt doordat de werkwijzen van school en ouders niet overeenkomen.

Eerst begrijpen, dan begrepen worden

Vragen om de ouders beter te begrijpen:

  • Welke werkwijze hanteren de ouders?
  • Waarin verschilt deze werkwijze van de methode die de school aanbiedt?
  • Wat ervaart het kind wanneer de ouders de werkwijze van school afwijzen?
  • Wat ervaart het kind wanneer de leerkracht de werkwijze van de ouders afwijst?

Inzicht en perspectief

Vragen om samen tot meer inzicht en een breder perspectief te komen:

  • Waarom veranderen les- en leermethoden in de loop der tijd?
  • Waarom is het belangrijk dat de kinderen leren en werken volgens de methoden die de school aanbiedt?
  • Wat kan er gebeuren als ieder kind in de groep een eigen werkwijze toepast?
  • Hoe kunnen de ouders de methoden van de school accepteren?
  • Hoe kan de leerkracht de ouders wegwijs maken in de methoden, zodat de ouders betrokken kunnen blijven bij het huiswerk?