Beschrijving van het boek ‘Waarom een bos geen ramen heeft’ door K. de Rynck

Een bundel met 28 verrassende, licht filosofische dierenverhalen voor kinderen van 8 tot 108 jaar. Over de spin die zijn draad kwijt is, maar hulp krijgt uit onverwachte hoek. Over de zalm die het grondig beu is te zwemmen. Over de olifant die liever een mug zou zijn.

Opzet

De les start met het voorlezen van het verhaal ‘Wat wil je later worden’ voor (p. 39) uit de bundel. Lees zelf voor of laat een van de leerlingen het doen. Vervolgens gaan de leerlingen eerst aan de slag met de vraag die de dieren elkaar stellen in dit verhaal: “Stel dat je zou mogen kiezen, stel dat het zomaar kon, welk dier zou je dan willen zijn?” In het filosofisch kringgesprek denken de leerlingen vervolgens vanuit het perspectief van de door hen gekozen dieren.

Startopdracht

Geef de leerlingen na het voorlezen het werkblad aan dat te vinden in onder deze link. Laat ze 10 minuten aan deze opdracht werken, waarbij ze in tweetallen met elkaar mogen brainstormen.

Gespreksregels

Ga in de kring, leid het filosoferen in en benoem de gespreksregels.

Filosoferen

Denk samen na aan de hand van (enkele van) de volgende vragen.

  • Zou je liever een dier zijn dan een mens? Waarom (niet)?
  • Zouden dieren graag mensen willen zijn, denk je? Waarom (niet)?
    Zou het dier dat jij hebt gekozen liever een mens zijn? Waarom wel/niet?
  • Hoe denk je dat dit dier naar ons als mensen kijkt?
  • Hoe zou het denken over hoe wij werken en naar school gaan?
  • Hoe zou het denken over hoe wij sporten en spelen?
  • Hoe zou het denken over hoe wij met de natuur omgaan?
Afsluiting

Sluit het gesprek af met een korte samenvatting.

Verantwoording

Titel: Waarom een bos geen ramen heeft
Schrijver: K. De Ruynck
Uitgeverij: Pelckmans, Kalmthout (België) 2017.

Introductie

Lees ter introductie het prentenboek voor of bekijk een digitale versie op Youtube.

Beschrijving van het boek ‘Ik voel een voet’ door M. Rinck

De nacht is zwart. Er is geen maan. Er zijn geen sterren. En er is iets in het veld. Iets wat ritselt. ‘Kom,’ fluistert Bok. ‘Op onze tenen! En dicht bij elkaar blijven! We gaan op onderzoek.’

Gespreksregels

Leid het filosoferen in en benoem de gespreksregels in de kring.

Filosofische vragen

Filosofeer samen aan de hand van (enkele van) de volgende vragen:

  • Hoe kun je iets onderzoeken als je het niet kunt zien?
  • Hoe kun je iets onderzoeken als je het niet kunt voelen?
  • Welke manieren bestaan er om iets te onderzoeken? Hoeveel kun je er bedenken?
  • Zijn er dingen die je alleen kunt horen, maar niet voelen, zien of ruiken?
  • Zijn er dingen die je alleen kunt zien, maar niet proeven, ruiken of voelen?
  • Denk je dat dieren dezelfde zintuigen hebben als mensen? Waarom denk je dat?
  • Als een dier andere zintuigen heeft dan wij, leeft hij dan wel in dezelfde wereld?
Afsluiting

Sluit het gesprek af met een korte samenvatting.

Ter verwerking kun je een kringspel doen rondom de zintuigen. Neem daarvoor een aantal voorwerpen om aan te voelen, te ruiken of te luisteren. Blinddoek steeds één van de kinderen en laat haar of hem het voorwerp onderzoeken en raden wat het is.

Verantwoording

Titel: Ik voel een voet!
Schrijver: M. Rinck
Uitgeverij: Lemniscaat B.V., Rotterdam 2008.

 

Aanwijzing voor de gespreksleider

Jeugdliteratuur is een rijke inspiratiebron voor filosofische gesprekken. Andersom zijn gesprekken over boeken een belangrijke motivatie voor het lezen. Onderstaand vind je gespreksvragen die geïnspireerd zijn door het bij deze les aangegeven boek. Je kunt deze vragen natuurlijk ook bij een andere aan- of inleiding gebruiken, of aansluitend bij een boek met dezelfde thematiek.

Het boek als inleiding op het gesprek

Er zijn verschillende mogelijkheden om een boek als startpunt te gebruiken:

  • Lees het boek in etappes voor aan de groep;
  • Lees een fragment voor aan de groep;
  • Vraag één of meerdere leerlingen een boekbespreking voor te bereiden bij het boek;
  • Presenteer het boek en de inhoud als aanbeveling voor het individueel, zelfstandig lezen. Kijk daarvoor ook op Youtube, waar van veel boeken promoties, trailers of besprekingen te vinden zijn.
Beschrijving van het boek ‘Pax’ door S. Pennypacker

Sinds Peter een jonge vos – die hij Pax noemt – vond, zijn zij onafscheidelijk. Maar op een dag gebeurt het onvoorstelbare; door een dreigende oorlog meldt Peters vader zich bij het leger om zijn vaderland te verdedigen en brengt hij zijn zoon naar het huis van Peters grootvader.
Maar Pax mag niet mee en moet terug naar het bos. Honderden kilometers verderop beseft Peter dat hij niet is waar hij moet zijn – bij Pax. Hij besluit terug naar huis te lopen, ondanks de dreiging van de naderende oorlog. Op zoek naar zijn vos gedreven door liefde, vriendschap, loyaliteit en verdriet. Ondertussen wacht Pax vastbesloten op zijn jongen.

Gespreksregels

Leid het filosoferen in en benoem de gespreksregels in de kring.

Filosofische vragen

Filosofeer aan de hand van (enkele van) de volgende vragen. 

  • Is er een (huis)dier dat voor jou een vriend is? Welk dier is dat? 
  • Kunnen mensen en dieren echt vrienden zijn? Kun je een voorbeeld geven?
  • Hebben mensen en dieren elkaar nodig? Waar merk je dat aan? Of: waarom niet?
  • Kunnen mensen en dieren elkaar verstaan? Begrijpen ze elkaar echt?
  • Is het in een vriendschap nodig dat je gelijk bent?
  • Als je bevriend met je huisdier, ben je dan ook nog zijn baas?
  • Is een vriendschap met een dier anders dan een vriendschap met een mens? Op welke manier?
Afsluiting

Sluit het gesprek af met een korte samenvatting.

Verantwoording

Titel: Pax
Schrijver: S. Pennypacker
Uitgever: Aerial Media Company, Tiel 2017.

Introductie

Draag ter introductie het gedicht ‘Lotje’ van J. Robben voor (uit de bundel ‘Zullen we een bos beginnen?’). Of vraag één van leerlingen het voor te lezen.

Gespreksregels

Leid het filosoferen in en benoem de gespreksregels in de kring.

Filosoferen over de taal van dieren

Filosofeer samen aan de hand van (enkele van) de onderstaande vragen.

  • Hebben dieren een eigen taal?
  • Is geluid maken hetzelfde als een taal spreken? Waarom (niet)?
  • Is de taal van dieren vergelijkbaar met de taal van mensen? Waarom (niet)?
  • Spreekt een papegaai de taal van mensen?
  • Kun je met dieren communiceren? Op welke manier?
  • Wat kunnen dieren begrijpen? Wat niet?
  • Denk je dat een huisdier zijn baasje begrijpt? Op welke manier?
Afsluiting en verwerking

Sluit het gesprek af met een korte samenvatting. Ter verwerking kunnen de leerlingen een elf-gedicht schrijven over een dier. Je vindt daarvoor een werkblad onder deze link.

Verantwoording

Gedicht: J. Robben
uit: ‘Zullen we een bos beginnen?’
Uitgeverij De Geus, Breda 2008.

 

Introductie

Lees ter introductie het gedicht ‘Poes’ voor uit de bundel ‘Superguppie’ van E. van de Vendel (Querido, 2003).

Gespreksregels

Leid het filosoferen in en benoem de gespreksregels in de kring.

Filosofische vragen

Denk samen na aan de hand van (enkele van) de volgende vragen.

  • Kunnen dieren denken? Waarom denk je dat?
  • Waar denken dieren aan? Denken dieren aan andere dingen dan mensen?
  • Denken dieren op dezelfde manier als mensen? Waarom (niet)?
  • Kunnen dieren begrijpen?
  • Is begrijpen hetzelfde als denken? Waarom (niet)?
Afsluiting

Sluit het gesprek af met een korte samenvatting.

Verantwoording

Gedicht: E. van de Vendel
uit: ‘Superguppie’
Querido, Amsterdam 2003.